Als een persoon komt te sterven, moeten er enkele instanties op de hoogte gebracht worden van het overlijden.
a) Een arts
Het overlijden moet in eerste instantie worden vastgesteld door een arts. De arts zal een attest van overlijden opmaken, wat je nog zal nodig hebben in verdere stappen. Als de persoon is overleden in het ziekenhuis of in een ziekenwagen wordt het attest van overlijden opgemaakt door het ziekenhuis. Indien de persoon thuis is overleden, of op een plaats waar geen arts aanwezig was, dien je een arts te verwittigen die het overlijden kan vaststellen. Indien de huisarts niet bereikbaar is, kan je steeds beroep doen op de dienst 100.
b) Een begrafenisondernemer
Neem vervolgens contact op met een begrafenisondernemer. Het begraven, transporteren,... van een overleden persoon is aan heel wat regels en wetgeving onderworpen. Bijgevolg laat je dit beter over aan een deskundige begrafenisondernemer. Die zal je verder begeleiden en informatie geven over wat nog allemaal moet geregeld worden.
c) Een bedienaar van een eredienst
Ondertussen kan je ook de bedienaar van de eredienst (pastoor) contacteren.
d) De ambtenaar van de burgerlijke stand
Opgelet:
Er is een belangrijk verschil tussen de aangifte van het overlijden bij de gemeentelijke diensten, en de aangifte van de nalatenschap (ook wel aangifte van de successie genoemd).
Op de aangifte van de nalatenschap aan de fiscus (successie-aangifte) staan termijnen.
Op de aangifte van het overlijden zelf aan de gemeente staan geen termijnen.
Er zijn dus geen wettelijke regels in verband met de termijn waarbinnen een aangifte van overlijden moet worden gedaan.
Wij adviseren om dit toch zo snel mogelijk te doen. (binnen de 5 dagen na het overlijden) Want na de aangifte van overlijden wordt een overlijdensakte opgesteld. Deze akte heb je nodig om bepaalde instanties op de hoogte te brengen van het overlijden.
Nadat een aangifte van het overlijden is gedaan op de burgerlijke stand, en je een akte van overlijden hebt ontvangen, moeten er nog enkele instanties worden verwittigd.
Namelijk :
- de werkgever van de overledene (indien de overledene was tewerkgesteld als werknemer). Je bezorgt aan de werkgever een kopie van de akte van overlijden.
- de vakbond waar de overledene lid van was
- de dienst kinderbijslag (indien het gaat om een overleden kind dat nog bijslag gerechtigd was).
Adres :
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Administratie van de Thesaurie
CDVU - Dienst BETALINGEN kinderbijslag
Kunstlaan 30 - B-1040 Brussel
- de boekhouder van de overledene (indien de overledene een zelfstandige activiteit uitoefende)
- het ziekenfonds van de overledene.
- de bank en de financiële instellingen waar de overledene klant was.
- de verhuurder (indien de overledene de enige huurder was van een woning)
- de leveranciers van water, gas, elektriciteit, internet, kabel tv, telefoon, krantenabonnement,...
- indien de overledene nog openstaande facturen had van bedrijven, kan je beter ook deze instanties verwittigen.
- Dienst voor het Wegverkeer (indien de overledene over een wagen beschikte)
- Verzekeringsmaatschappijen (autoverzekering, brandverzekering, levensverzekering, enz...)
Bij een overlijden in verdachte omstandigheden, spreek je best de behandelende arts aan.
Indien de arts vaststelt dat het om een verdacht overlijden gaat, zal hij het parket hiervan op de hoogte brengen dat vervolgens de nodige onderzoeken zal verrichten.
De naaste familieleden (bloedverwanten in 1e graad, dit zijn de kinderen, de ouders) kunnen zich verzetten tegen het weghalen van organen bij de overledene. Dit moet zodra het kan, worden meegedeeld aan de geneesheer.
Opgelet ! Als de overledene in zijn uiterste wilsbeschikking heeft gesteld dat hij organen wenst te schenken bij overlijden, dan kan de familie zich hier NIET tegen verzetten.
Voor meer info over orgaandonatie klik hier.
Van zodra de bank of de financiële instelling op de hoogte is gebracht van het overlijden, worden de tegoeden, de rekeningen en de eventuele kluizen van de overleden persoon geblokkeerd.
De inhoud van de kluis van de overledene behoort ook tot de nalatenschap en moet bijgevolg vermeld worden in de aangifte van de nalatenschap.
Na het melden van het overlijden aan de financiële instelling, wordt de kluis verzegeld.
De kluis kan enkel maar worden geopend op voorlegging van een erfrechtverklaring of een akte van bekendheid. De inhoud van de kluis wordt pas vrijgegeven nadat er een inventaris is opgesteld van de inhoud van de kluis. Hiervoor wordt een uitnodiging gestuurd naar alle erfgenamen en de fiscus. In de praktijk stelt men vast dat er bijna nooit iemand van de fiscus aanwezig is bij het opstellen van de inventaris.
Deze manier van werken wordt gehanteerd om belastingontduiking tegen te gaan.
Dit kan door middel van een attest of een akte van erfopvolging.
Hiervoor heb je de keuze om je te wenden tot het registratiekantoor of tot een notaris.
Een attest van erfopvolging kan worden bekomen bij het registratiekantoor waar de aangifte van het overlijden moet worden ingediend.
Een akte van erfopvolging kan worden opgesteld door een notaris.
In enkele gevallen kan men zich enkel wenden tot een notaris, namelijk :
- indien er onbekwame erfgenamen zijn
- indien de overledene een testament heeft gemaakt
- indien er een huwelijkscontract was van de overledene
- indien een contractuele erfstelling werd gedaan
De banken die moeten verwittigd worden, zijn de banken waar de overledene cliënt was.
Je kan dat in eerste instantie weten door te zoeken in de papieren van de overledene. Als je uittreksels van een bepaalde bank vindt, dan weet je dat de overledene bij die bank een rekening had.
Opmerking: het is ook mogelijk dat je niet van alle banken waar de overledene cliënt was, uittreksels of papieren vindt.
Om zeker te spelen, kan je steeds beroep doen op de Belgische Vereniging der Banken. Zij kunnen voor jou nagaan bij welke banken de overledene clïënt was. Voor deze dienstverlening rekent de BVB een administratieve kost aan van ongeveer 125 euro.
Je dient hiervoor schriftelijk een aanvraag te doen. Bij deze aanvraag vermeld je :
- de gegevens van de overleden persoon (naam, adres, geboortedatum, datum van overlijden)
- de gegevens van de aanvrager (naam en adres)
Je moet een attest van erfopvolging, erfrechtverklaring of een akte van bekendheid meedelen.
Een aanvraag moet worden gestuurd naar :
Departement Fiscaliteit, Boekhoudnormen en Prudentiële regels van de BVB,
de heer Daniel Mareels,
Aarlenstraat 82
1040 Brussel.
Klik hier voor meer info
Vanaf het overlijden kan de bank aan de langstlevende echtgeno(o)t(e) een bedrag ter beschikking stellen dat niet hoger mag zijn de helft van de rekening of 5000 euro indien het totaal op de rekening meer dan 10.000 euro bedraagt.
De bank mag dit doen zonder dat er een akte of attest van erfopvolging wordt overgelegd. Wil je meer afhalen dan is zo'n attest van erfopvolging of akte van erfopvolging noodzakelijk. (zie de vraag Hoe kan ik de geblokkeerde rekeningen van de overledene laten deblokkeren?)
Artikel 1240 Burgerlijk Wetboek zegt daarover:
Art. 1240ter. § 1. De betaling van tegoeden die gedeponeerd zijn op een gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekening waarvan de overledene of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is of waarvan de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder is, is bevrijdend indien de schuldenaar, na het overlijden en zonder dat een van de attesten of een akte als bedoeld in artikel 1240bis, vereist is, aan de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende, op diens verzoek, een bedrag ter beschikking stelt dat de helft van de beschikbare creditsaldi noch 5 000 euro overschrijdt, ongeacht het bestaan van enig recht van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende op het saldo van de rekening.
§ 2. De ter beschikking gestelde bedragen worden bij de vereffening van het gemeenschappelijk vermogen, van de onverdeeldheid of van de nalatenschap in rekening gebracht.
De erfgerechtigden behouden echter jegens de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende een vorderingsrecht, ten belope van het bedrag dat het gedeelte overschrijdt dat deze laatste toekomt bij de vereffening van het gemeenschappelijk vermogen, van de onverdeeldheid of van de nalatenschap.
§ 3. De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende mag met toepassing van § 1 slechts een bedrag van ten hoogste 5 000 euro opvragen.
De schuldenaar van tegoeden gedeponeerd op een gemeenschappelijke of onverdeelde zicht- of spaarrekening waarvan de overledene of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is of waarvan de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder is, wijst de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende op deze beperking, alsook op de in het derde lid bepaalde sanctie bij niet-naleving ervan.
De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende die met toepassing van § 1 een bedrag heeft afgehaald dat hoger is dan de helft van de beschikbare credietsaldi of 5 000 euro, verliest ter waarde van de som die boven dat bedrag is afgehaald enig aandeel in het gemeenschappelijk vermogen, de onverdeeldheid of de nalatenschap.
De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende die met toepassing van deze paragraaf enig aandeel verliest, verliest daarenboven de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen of te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Al verwerpt hij de nalatenschap, toch blijft hij zuiver erfgenaam.
Indien je vreest dat de inboedel van de nalatenschap, hetgeen moet verdeeld worden, zal verdwijnen, kan om een verzegeling worden gevraagd aan de Vrederechter. Dit kan door middel van een verzoekschrift of door middel van een mondelijke verklaring afgelegd bij de griffie.
Het verzoek moet worden gericht tot de Vrederechter van het kanton waar de te verzegelen goederen liggen.
24 uur nadat je het verzoek hebt gericht aan de Vrederechter, gaat de Vrederechter samen met de griffier ter plaatse om de woning, de inboedel te verzegelen. Indien de verzegeling dringend dient te gebeuren, kan deze verzegeling zelfs geschieden op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag. Vermeld daarom uitdrukkelijk en duidelijk in je verzoek of de verzegeling dringend dient te gebeuren.
Iedere betrokken partij mag bij deze verzegeling aanwezig zijn.
Deze verzegeling bestaat uit het letterlijk verzegelen van deuren, ramen,... zodat niemand meer in de woning (of de kluis) kan. Op het doorbreken van deze zegels staan strenge straffen.
Van een verzegeling wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat de volgende vermeldingen bevat :
1° de vermelding van de dag en het uur;
2° de beweegredenen van de verzegeling en in voorkomend geval de verklaring dat de rechter handelt, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de procureur des Konings, van de burgemeester of van een schepen;
3° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker en zijn keuze van woonplaats in de gemeente waar de verzegeling gedaan is, indien hij daar niet verblijft;
4° de beschikking waarbij de verzegeling wordt toegestaan;
5° de verschijning en de beweringen van de partijen;
6° de opgave van de plaatsen, kantoren, koffers, kasten en voorwerpen waarop het zegel gelegd is;
7° een korte beschrijving van de buiten verzegeling gebleven voorwerpen;
8° de eed van degenen die de plaats bewonen, dat zij niets verduisterd hebben, middellijk of onmiddellijk, en dat zij van zodanige verduistering geen kennis dragen;
9° de vermelding dat de sleutels van de verzegelde sloten aan de griffier van het vredegerecht zijn overhandigd met opdracht ze te bewaren totdat de zegels worden gelicht.
Indien je hulp nodig hebt bij het opstellen van een verzoekschrift kan je steeds beroep doen op Advocatenkantoor Arvid De Smet.
3 dagen na het verzegelen kan de ontzegeling gevraagd worden.
(voor meer informatie over ontzegeling, zie de vraag bij de verklarende woordenlijst 'Ontzegeling'.)
In principe dient er steeds een aangifte van nalatenschap worden ingediend.
Indien de nalatenschap geen onroerende goederen bevat én er geen successierechten verschuldigd zijn, kan de ontvanger van de registratierechten een vrijstelling verlenen voor het indienen van een aangifte.
Indien je niet zeker bent of een aangifte moet worden ingediend, neem contact op met het registratiekantoor.
Om te weten welk kantoor bevoegd is : Klik hier.
Als je schulden vermeldt in de aangifte die geen echte schulden zijn, spreekt men van vals passief.
Deze fictieve schulden worden uit het passief van de aangifte geweerd. Een boete zal worden aangerekend, gelijk aan 2x de ontdoken belastingen.
Als je iets erft, moet je op wat je verkregen hebt via erfenis belastingen betalingen, ook wel successierechten genaamd.
Omdat de fiscus zou weten wie precies wat geërfd heeft, is het noodzakelijk dat je een aangifte indient, waarin beschreven staat wie wat krijgt van de nalatenschap. Op basis daarvan kan de fiscus dan berekenen hoeveel successierechten moeten betaald worden.
a) De Wettelijke erfgenamen
Indien het gaat om de nalatenschap van een inwoner van België, moeten volgens artikel 38 van het Wetboek der Successierechten alle wettelijke erfgenamen (= iedereen die iets erft) en de algemene legatarissen en begiftigden verplicht een aangifte doen.
Een aangifte van een nalatenschap moet ingediend worden in het registratiekantoor van de fiscale woonplaats van de overledene .
Om te weten welk kantoor bevoegd is : Klik hier
De aangiftetermijn is verschillend naargelang de plaats van het overlijden.
Als de termijn samenvalt met de sluitingsdag van het registratiekantoor (bijvoorbeeld een zondag of een wettelijke feestdag), wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag dat het registratiekantoor open is.
De wettelijke feestdagen in België zijn 1 januari (Feest van de arbeid), Paasmaandag, 1 mei, Onze -lieve-Heer Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 21 juli (nationale feestdag), 15 augustus (Onze-lieve-Vrouw Hemelvaartsdag), 1 november (Allerheiligen), 11 november (Wapenstilstand) en 25 december (Kerstmis).
Als je de aangifte opstelt via Successie-online, worden er automatisch 3 herinneringsmails verzonden, om zo te vermijden dat de aangiftetermijn zou zijn verstreken. Deze ontvang je in je mailbox 1 maand, 14 dagen en 1 week voor de aangifte moet worden ingediend.
Als de overledene eigenaar was van kasbons, obligaties of andere titels aan toonder, dienen deze ook te worden vermeld in de aangifte.
Indien dit nagelaten of vergeten wordt, en de fiscus dit ontdekt, geeft dit aanleiding tot boetes.
Bij het te laat indienen van een aangifte van nalatenschap worden er boetes gerekend per persoon die te laat de aangifte indient. Per maand dat de aangifte te laat is, komt er een boete van 25 € per persoon bij. Elke begonnen maand wordt als een volledige maand aangerekend. (zie art. 124 W. Succ.)
Het te laat aandienen van de aangifte van nalatenschap heeft ook tot gevolg dat er geen wijzigingen meer kunnen worden aangebracht in de aangifte. De laattijdig ingediende aangifte is in de regel definitef.
Ja, de termijn voor het indienen van een aangifte van nalatenschap kan worden verlengd.
In bepaalde omstandigheden (bij moeilijkheden) kunnen de erfgenamen een aanvraag tot verlening van de aangiftetermijn richten aan het bevoegde registratiekantoor.
Opgelet ! Deze aanvraag kan niet meer worden ingediend eens de oorspronkelijke aangiftetermijn is verstreken.
Indien je binnen de vooropgestelde termijn geen aangifte indient van nalatenschap, mag de ontvanger van de registratierechten zelf de nalatenschap begroten en op basis daarvan de verschuldigde successierechten vorderen. (art. 47 W. Succ.)
Zolang de termijn waarbinnen de aangifte moet ingediend zijn, niet verstreken is, kunnen er wijzigingen aangebracht worden. Men noemt de termijn dan ook een verbeteringstermijn. Na deze datum is de ingediende aangifte definitief.
De overtredingen die met een boete van 2x het aanvullend recht kunnen worden gesanctioneerd zijn de volgende (zie art. 128 W. Succ.) :
- het verzwijgen of het niet correct aangeven van een legaat of een schenking (dit wordt in de praktijk ook wel eens een valse devolutie genoemd)
Voorbeeld : de erfgenamen verzwijgen dat er een testament bestaat.
- het onjuist aangeven of het verzwijgen van de graad van verwantschap.
- het verzwijgen of het niet correct aangeven van de leeftijd van de persoon op wiens hoofd een vruchtgebruik is gevestigd.
- het niet correct doorgeven van het aantal kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt, van een erfgerechtigde (om alzo een grotere vermindering te kunnen genieten)
- een onjuiste aangifte van het passief (dit zijn de schulden die de overledene heeft nagelaten)
- het niet correct aangeven van schenkingen onder de levenden
- het niet vermelden of het niet correct vermelden van de achtereenvolgende fiscale woonplaatsen van de overledene in de periode van 5 jaar voorafgaand aan het overlijden.
Een bedrieglijke aangifte is een aangifte die bewust foutief is ingevuld om op deze manier minder belastingen, successierechten te moeten betalen.
Indien blijkt dat de erfgenamen met bedrieglijk inzicht een regel hebben overtreden van het Wetboek der Successierechten, kunnen er hoge boetes worden aangerekend.
Bij bedrog kan men een van de volgende straffen opleggen (art. 133 W. Succ.):
- een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar
- een geldboete van 250 euro tot 12.500 euro.
De persoon door wie een overtreding werd begaan is persoonlijk aansprakelijk voor de wegens die overtreding verschuldigde boete.
Wordt de overtreding begaan door meerdere personen, dan zijn deze allen aansprakelijk.
Voorbeeld :
Een persoon verkrijgt via een testament een antiekstuk van de overledene. Hij heeft in de aangifte echter dit antiek stuk te laag gewaardeerd. Dan is deze persoon gehouden de boete voor de te lage waardering te betalen.
Een persoon komt te overlijden en laat zijn 2 kinderen na. In de aangifte van de nalatenschap vermelden ze echter niet dat de overledene een levensverzekering had. Beide zijn aansprakelijk.
Indien de aangifte die reeds is ingediend niet klopt, kan een bijvoeglijke aangifte ingediend worden.
Ja. Zolang de termijn waarbinnen de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend niet is verstreken, kan de aangifte nog verbeterd worden.
De termijnen waarbinnen de nieuwe aangifte moet worden ingediend zijn dezelfde termijnen als voor de oorspronkelijke aangifte :
- 5 maanden indien de overledene is gestorven in België
- 6 maanden indien de overledene is gestorven buiten België maar binnen Europa
- 7 maanden indien de overledene is gestorven buiten Europa.
Deze termijn begint te lopen vanaf het moment waarop de gebeurtenis zich voordoet die een nieuwe aangifte met zich meebrengt.
Wordt de nalatenschap bijvoorbeeld door een van de erfgenamen verworpen, dan is er een verandering in de devolutie. Er moet een nieuwe aangifte worden ingediend. De termijn voor het indienen van deze nieuwe aangifte begint te lopen op het moment dat de erfgenaam de nalatenschap heeft verworpen.
Indien er onregelmatigheden in de aangifte staan die bij gewone lezing opvielen, kan nog een verbetering worden ingediend, zelfs al is de termijn reeds verlopen.
Het zijn de erfgenamen die de aangifte moeten indienen, die de waarde van de goederen bepalen.
Het is de verkoopswaarde op de dag van het overlijden die moet worden geschat.
Opgelet ! Indien de waarde van de goederen te laag is geschat, kan de ontvanger van de registratierechten zelf een nieuwe schatting laten uitvoeren.
Ga dus nauwkeurig te werk en voer de schatting zo correct mogelijk uit.
Voor alle goederen die zich in België bevinden kunnen de erfgenamen op hun kosten een voorafgaande schatting laten uitvoeren door deskundigen.
Voor meer info betreffende een voorafgaande schatting : zie bij de verklarende woordenlijst: 'voorafgaande schatting?'
De plaats van het openvallen van de nalatenschap is Gent.
Het bedrag van de successierechten wordt berekend als een percentage van de waarde van de nalatenschap.
|
|
Successierecht uitgedrukt in procent, toepasselijk op de schijf
|
Te betalen som op de voorgaande schijven
|
|
Van … tot …
|
|
|
|
0,01 – 50.000 EUR
|
3 %
|
|
|
50.000 – 250.000 EUR
|
9 %
|
1.500 EUR
|
|
> 250.000 EUR
|
27 %
|
19.500 EUR
|
|
|
Successierecht uitgedrukt in procent, toepasselijk op de schijf
|
Totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
|
|
Van / Tot
|
|
|
|
0,01 – 75.000 EUR
|
30 %
|
|
|
75.000 – 125.000 EUR
|
55 %
|
22.500 EUR
|
|
> 125.000 EUR
|
65 %
|
50.000 EUR
|
|
|
Successierecht uitgedrukt in procent, toepasselijk op de schijf
|
Totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
|
|
Van / Tot
|
|
|
|
0,01 – 75.000 EUR
|
45 %
|
|
|
75.000 – 125.000 EUR
|
55 %
|
33.750 EUR
|
|
> 125.000 EUR
|
65 %
|
61.250 EUR
|
|
Als je erf van je ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, je echtgenoot en van je wettelijk samenwonende partner
|
||
|
|
Successierecht uitgedrukt in procent, toepasselijk op de schijf
|
Totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
|
|
Van / tot
|
|
|
|
0,01 – 12.500,00 EUR
|
3 %
|
|
|
12.500,01 – 25.000,00 EUR
|
4 %
|
375,00 EUR
|
|
25.000,01 – 50.000,00 EUR
|
5 %
|
875,00 EUR
|
|
50.000,01 – 100.000,00 EUR
|
7 %
|
2.125,00 EUR
|
|
100.000,01 – 150.000,00 EUR
|
10 %
|
5.625,00 EUR
|
|
150.000,01 – 200.000,00 EUR
|
14 %
|
10.625,00 EUR
|
|
200.000,01 – 250.000,00 EUR
|
18 %
|
17.625,00 EUR
|
|
250.000,01 – 500.000,00 EUR
|
24 %
|
26.625,00 EUR
|
|
> 500.000,00 EUR
|
30 %
|
86.625,00 EUR
|
|
Als je erft van je broer, zus, ooms, tantes, neven, nichten, vrienden, …
|
||||||
|
|
Tussen broers en zussen
|
Tussen ooms, tantes, neven, nichten
|
Tussen alle andere personen
|
|||
|
Van … € tot … €
|
%
|
Te betalen som op deze schijf
|
%
|
Te betalen som op deze schijf
|
%
|
Te betalen som op deze schijf
|
|
0,01 – 12.500,00
|
20
|
|
25
|
|
30
|
|
|
12.500,01 – 25.000,00
|
25
|
2.500,00
|
30
|
3.125,00
|
35
|
3.750,00
|
|
25.000,01 – 75.000,00
|
35
|
5.625,00
|
40
|
6.875,00
|
60
|
8.125,00
|
|
75.000,00 – 175.000,00
|
50
|
23.125,00
|
55
|
26.875,00
|
80
|
38.125,00
|
|
> 175.000,000
|
65
|
73.125,00
|
70
|
81.875,00
|
90
|
118.125,00
|
|
Als je erf van je ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, je echtgenoot en van je wettelijk samenwonende partner
|
||
|
|
Successierecht uitgedrukt in procent, toepasselijk op de schijf
|
Totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
|
|
Van / tot
|
|
|
|
0,01 – 50.000,00 EUR
|
3 %
|
|
|
50.000,01 – 100.000,00 EUR
|
8 %
|
1.500,00 EUR
|
|
100.000,01 – 175.000,00 EUR
|
9 %
|
5.500,00 EUR
|
|
175.000,01 – 250.000,00 EUR
|
18 %
|
12.250,00 EUR
|
|
250.000,01 – 500.000,00 EUR
|
24 %
|
25.750,00 EUR
|
|
> 500.000,00 EUR
|
30 %
|
85.750,00 EUR
|
|
Als je erft van je broer of je zus
|
||
|
|
per schijf toepasselijk heffingspercentage
|
totale bedrag van de belasting over de voorgaande schijven
|
|
van tot
|
|
|
|
0,01 EUR – 12.500 EUR
|
20 %
|
|
|
12.500 EUR – 25.000 EUR
|
25 %
|
2.500 EUR
|
|
25.000 EUR – 50.000 EUR
|
30 %
|
5.625 EUR
|
|
50.000 EUR – 100.000 EUR
|
40 %
|
13.125 EUR
|
|
100.000 EUR – 175.000 EUR
|
55 %
|
33.125 EUR
|
|
175.000 EUR – 250.000 EUR
|
60 %
|
74.375 EUR
|
|
Boven de 250.000 EUR
|
65 %
|
119.375 EUR
|
|
Als je erft van je oom of je tante, van je neef of je nicht
|
||
|
belastingschijven
|
per schijf toepasselijk heffingspercentage
|
totale bedrag van de belasting over de voorgaande schijven
|
|
van tot
|
|
|
|
0,01 EUR – 50.000 EUR
|
35 %
|
|
|
50.000 EUR – 100.000 EUR
|
50 %
|
17.500 EUR
|
|
100.000 EUR – 175.000 EUR
|
60 %
|
42.500 EUR
|
|
boven de 175.000 EUR
|
70 %
|
87.500 EUR
|
|
Als je erft van andere personen
|
||
|
belastingschijven
|
per schijf toepasselijk heffingspercentage
|
totale bedrag van de belasting over de voorgaande schijven
|
|
Van tot
|
|
|
|
0,01 EUR – 50.000 EUR
|
40 %
|
|
|
50.000 EUR – 75.000 EUR
|
55 %
|
20.000 EUR
|
|
75.000 EUR – 175.000 EUR
|
65 %
|
33.750 EUR
|
|
boven de 175.000 EUR
|
80 %
|
98.750 EUR
|
De successierechten worden via overschrijving overgemaakt aan de ontvanger vanhet bevoegde registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap is ingediend.
De successierechten moeten betaald worden binnen de 2 maanden na het verstrijken van de aangiftetermijn.
De successierechten moeten worden betaald ten laatste op 16 september 2008.
De successierechten moeten betaald worden binnen de 2 maanden na het verstrijken van de aangiftetermijn.
Als je de successierechten niet op tijd betaalt is van rechtswege interest verschuldigd, aan de wettelijke interestvoet (sedert 01.01.2009 is dit 5,5 % op jaarbasis) vanaf het moment dat de termijn is verstreken.
Voor de berekening van deze interest aanschouwt men iedere maand als zijnde een maand van 30 dagen.
Er zijn talrijke verschullen wat betreft successierechten tussen het Vlaams, Waals en Brusselshoofdstedelijk gewest.
In eerste instantie zijn de tarieven die worden toegepast per gewest verschillend.
Ook wat betreft de inkortingen en verminderingen zijn er tussen de gewesten enkele verschillen.
Alles is afhankelijk van de laatste woonplaats van de overledene. Volgens dat gewest zullen de successierechten worden bepaald.
Een zorgkind of een zorgouder behoren in Vlaanderen tot de categorie van de personen die erven in rechte lijn, indien het kind voor het de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, gedurende 3 achtereeenvolgende jaren bij de zorgouder heeft gewoond.
Indien aan deze voorwaarden zijn voldaan, wordt het kind in het Vlaams Gewest gelijkgesteld met een natuurlijk kind.
Voor het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt deze regel niet.
Vlaams Gewest:
de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams Brabant.
de randgemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem
de taalgrensgemeenten Voeren, Herstappe, Bever, Spiere-Helkijn, Mesen en Ronse
Waals Gewest:
de provincies Henegouwen, Namen, Luik, Luxemburg en Waals-Brabant
de gemeenten uit het Duitse taalgebied
de taalgrensgemeenten Komen-Waasten, Moeskroen, Vloesberg, Edingen, Malmédy en Waimes
Brussels Hoofdstedelijk Gewest:
de gemeenten Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Jette, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, St. Agatha-Berchem, St. Gillis, St.-Jans-Molenbeek, St.-Joost-ten-Node, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vorst en Watermaal-Bosvoorde.
Pol sterft en laat na 3 kinderen, Thomas, Jonas en Eva. Deze kinderen verwerpen allen de nalatenschap. Thomas heeft 1 kind, Jonas 2 en Eva ook 2. Deze kleinkinderen krijgen dan elk 1/5 van de nalatenschap.
Een nalatenschap bestaat uit 2 delen. Het actief en het passief.
Het actief omvat alle goederen (zowel de onroerende als de roerende) van de overledene.
Het passief omvat alle schulden.
Indien het passief groter is dan het actief, en er bijgevolg meer schulden zijn dan goederen, dan erf je als erfgenaam de schulden.
Indien je de erfenis hebt aanvaard, ben je verplicht om naast de baten ook de schulden te aanvaarden. Enkel de baten aanvaarden, en de schulden verwerpen is niet mogelijk.
Indien je onzeker bent over wat er in de nalatenschap zit, kan je aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Bij het aanvaarden van een nalatenschap met veel schulden, dien je zelf de schulden verder af te lossen.
Indien je de nalatenschap zuiver hebt aanvaard, dan ontstaat er een boedelvermening.
Dit wil zeggen dat jouw boedel wordt vermengd met het patrimonium van de overledene.
Bij de aanvaarding van een nalatenschap erf je naast het actief ook de schulden.
Bijgevolg moet je met al je goederen instaan voor al de schulden. (ook het loon, huis,...)
Wij adviseren dan ook ten zeerste het aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving, indien je twijfelt of niet weet of de nalatenschap veel schulden bevat.
De voorwaarden om te kunnen erven zijn beperkt.
1. Men moet bestaan bij het openvallen van de nalatenschap (art. 725 BW).
2. Men mag niet onwaardig zijn. (art. 727 BW)
Als je een huwelijkscontract hebt afgesloten, dan ben je enkele dagen voor het huwelijk bij een notaris geweest, die daarvan een akte heeft opgemaakt.
Indien je een huwelijkscontract hebt afgesloten, dan staat dit vermeld op de huwelijksakte.
Op deze huwelijksakte moet de datum van het huwelijkscontract, de naam en de standplaats van de notaris die het heeft opgemaakt en het huwelijksvermogenstelsel vermeld staan.
Het bestaan van een huwelijkscontract kan ook te vinden zijn in het bevolkingsregister.
Indien een van de aanstaande echtgenoten handelaar is, dient een afschrift van het huwelijkscontract worden toegezonden aan de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
Als je niet weet of je ouders een huwelijkscontract hadden, kan je bvb. ook kijken naar de eigendomsakte van de woning of bvb. de hypothecaire leningsakte. Indien een huis is aangekocht na het huwelijk, staat er in elke akte bij de identiteit van de echtgenoten vermeld onder welk huwelijksstelsel ze getrouwd zijn.
1) Wettelijk stelsel.
Dit is het stelsel die automatisch van toepassing is als men huwt zonder iets contractueel af te spreken.
In dit stelsel zijn er 3 vermogens : het eigen vermogen van elke partner en een gemeenschappelijk vermogen.
Eigen zijn :
- de goederen verkregen vóór het huwelijk
- de goederen die men om niet heeft gekregen ( schenkingen, erfenissen,...) tijdens het huwelijk
- de goederen die eigen zijn uit hun aard, zoals de strikt persoonlijke goederen.
Gemeenschappelijk zijn :
- de inkomsten uit beroepsbezigheden (loon)
- de vruchten, interesten, inkomsten uit eigen goederen (bv. huurgelden)
- schenkingen en legaten gedaan aan beide echtgenoten
2) Scheiding van goederen.
Dit stelsel moet worden vastgelegd via een huwelijkscontract.
In dit stelsel zijn er 2 vermogens : het eigen vermogen van elke partner.
3) Algehele gemeenschap van goederen.
Dit stelsel moet worden vastgelegd in een huwelijkscontract.
In dit stelsel is er maar 1 vermogen, namelijk het gemeenschappelijk vermogen. Alle bezittingen (en schulden) zijn gemeenschappelijk.
4) Afwijkingen
In een huwelijkscontract kan worden afgeweken van de hoger vermelde stelsels.
Als iemand sterft is het belangrijk om te weten wat er nu wel en wat er niet in de nalatenschap zit.
Voor iemand die getrouwd was zijn er :
- de goederen die hij of zij zelf bezat enerzijds (de eigen goederen)
- de goederen die hij samen bezat met zijn echtgeno(o)t(e)
* gemeenschapsgoederen (indien gehuwd onder een stelstel van gehele of gedeeltelijke gemeenschap van goederen)
* onverdeelde goederen (indien gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen - bvb. een rekening op beider naam)
De nalatenschap bevat zowel de eigen goederen, als een gedeelte van de goederen die de echtgenoten samen bezaten.
Men dient dus EERST het huwelijksvermogen te vereffenen en te verdelen, alvorens men de nalatenschap kan verdelen.
Voor uitleg over hoe zo'n huwelijksvermogen is opgebouwd en wat nu eigen is en wat van de echtgenoten samen is, klik hier
Als iemand sterft is het belangrijk om te weten wat er nu wel en wat er niet in de nalatenschap zit.
Voor iemand die getrouwd was zijn er :
- de goederen die hij of zij zelf bezat enerzijds (de eigen goederen)
- de goederen die hij samen bezat met zijn echtgeno(o)t(e)
* gemeenschapsgoederen (indien gehuwd onder een stelstel van gehele of gedeeltelijke gemeenschap van goederen)
* onverdeelde goederen (indien gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen - bvb. een rekening op beider naam)
De nalatenschap bevat zowel de eigen goederen, als een gedeelte van de goederen die de echtgenoten samen bezaten.
Men dient dus EERST het huwelijksvermogen te vereffenen en te verdelen, alvorens men de nalatenschap kan verdelen.
Voor uitleg over hoe zo'n huwelijksvermogen is opgebouwd en wat nu eigen is en wat van de echtgenoten samen is, klik hier
Als de overledene niet gehuwd was, dan behoort in principe alles wat hij bezit tot de nalatenschap.
Het gebeurt echter frequent dat de overledene een aantal goederen samen bezat met de overlevende partner.
Zo zijn er dikwijls gezamenlijke rekeningen, een gezamenlijke eigendom, auto, enz...
In de meeste gevallen zal men ook die zaken eerst dienen te verdelen alvorens men de totale omvang van de nalatenschap kan bepalen.
Indien de overledene wettelijk samenwoonde met een partner, erft deze partner het vruchtgebruik op de gemeenschappelijke gezinswoning waarin het gezin woonde, en de huisraad van in die woning.
De partner die niet geregistreerd samenwoonde met de overledene is geen wettelijke erfgenaam. Dit wil zeggen dat de feitelijk samenwonende partner niets erft als dit niet in een testament is bepaald.
Opgelet:
Samenwonende partners die een huis samen hebben aangekocht, hebben in de aankoopakte meestal een TONTINE-beding opgenomen. (zie verklarende woordenlijst)
Als dit is opgenomen, valt het huis NIET in de nalatenschap, maar is het na overlijden van de ene partner integraal eigendom van de overlevende partner.
Daarop moeten wel registratierechten worden betaald.
Je hoeft een nalatenschap niet per se te aanvaarden. Er zijn 3 mogelijkheden.
Indien je wenst te weten welk huwelijkscontract je hebt, kan je contact opnemen met de notaris die het huwelijkscontract heeft opgesteld.
Ook op sommige documenten (zoals bijvoorbeeld een eigendomsakte van een woning die is opgesteld na het huwelijk) staat vermeld onder welk stelsel je bent gehuwd.
Zie ook de vraag : Heb ik een huwelijkscontract?
Je bent niet verplicht een nalatenschap te aanvaarden. Indien je onzeker bent over wat de overledene heeft nagelaten, of het niet enkel schulden zijn, kan je een afwachtende houding innemen en aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Bij een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt een overzicht, een boedelbeschrijving, opgemaakt van wat in de nalatenschap zit.
Daartoe dient een verklaring van een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving te gebeuren.
Deze verklaring moet worden afgelegd op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is opengevallen, dit is de laatste woonplaats van de overledene.
Een erfenis verkregen tijdens het huwelijk behoort in principe tot het eigen vermogen.
Afhankelijk van het gekozen huwelijksstelsel, kan deze erfenis ook tot de huwelijksgemeenschap behoren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het stelsel van de algehele gemeenschap.
Een samenwonende partner erft in principe niet mee.
Een uitzondering hierop is als de overledene dit in een testament heeft laten zetten dat de samenwonende partner ook erft.
a)
Indien de overledene wettelijk (geregistreerd) samenwoonde met een partner, erft deze partner het vruchtgebruik op de gemeenschappelijke gezinswoning waarin het gezin woonde, en de huisraad van in die woning.
Als er niets is bepaald bij testament, erft deze ook niet meer dan dat.
Zelfs wanneer er geen andere erfgenamen zouden zijn, erft de wettelijk samenwondende slechts dat gedeelte, en komt het overige toe aan de staat.
Dit is een groot verschil met gehuwden, waarbij de langstlevende echtgeno(o)t(e) in dat laatste geval wel de ganse nalatenschap erft, ook bij afwezigheid van testament.
b)
De partner die niet geregistreerd samenwoonde met de overledene is geen wettelijke erfgenaam. Dit wil zeggen dat de feitelijk samenwonende partner niets erft als dit niet in een testament is bepaald.
Indien de overledene wettelijk samenwoonde met een partner, erft deze partner het vruchtgebruik op de gemeenschappelijke gezinswoning waarin het gezin woonde, en de huisraad van die woning.
Als er niets is bepaald bij testament, erft deze ook niet meer dan dat.
Zelfs wanneer er geen andere erfgenamen zouden zijn, erft de wettelijk samenwondende slechts dat gedeelte, en komt het overige toe aan de staat.
Dit is een groot verschil met gehuwden, waarbij de langstlevende echtgeno(o)t(e) in dat laatste geval wel de ganse nalatenschap erft, ook bij afwezigheid van testament.
Opgelet ! Dit erfrecht geldt niet voor de wettelijk samenwonende partner een afstammeling is van de overledene. (bijvoorbeeld kleinkind)
Dit erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende partner is geen reservatair erfrecht. Dit houdt in dat het door middel van een testament geheel of gedeeltijk kan worden ontnomen.
Partners die feitelijk samenwonen, dit is zonder een registratie voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, erven NIET van elkaar.
Indien er echter een testament is opgesteld waarin men de feitelijk samenwonende partner iets nalaat, kan onder bepaalde voorwaarden deze genieten van een gunstiger tarief.
Indien de partner reeds uit de echt is gescheiden, heeft hij geen aanspraak meer op een deel van de nalatenschap.
Indien de partners nog niet uit de echt zijn gescheiden, maar reeds een procedure tot echtscheiding hebben aangevangen, is het van groot belang of er specifieke regels over het erven zijn vastgesteld.
Een uit de echt gescheiden partner kan onder bepaalde voorwaarden wel genieten van gunstige successietarieven.
Indien de overledene nog kinderen of afstammelingen van kinderen nalaat, krijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de hele nalatenschap.
Als de overledene geen kinderen maar andere erfgenamen nalaat (zoals bijvoorbeeld een broer of zus, een ouder,...) dan erft de langstlevende echtgenoot de helft van het gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom, en het vruchtgebruik op het eigen vermogen van de overledene.
Indien de overledene geen andere erfgenamen dan de langstlevende echtgenoot zou nalaten, dan erft de langstlevende echtgenoot de volledige nalatenschap in volle eigendom.
(voor meer uitleg over het begrip vruchtgebruik : zie categorie vruchtgebruik)
Een gehuwde partner die niet meer samenwoonde met de overledene, maar nog niet uit de echt was gescheiden, is nog steeds de langstlevende echtgenoot en is bijgevolg een reservataire erfgenaam.
Indien de overledene geen testament heeft opgesteld, en er geen afspraken zijn omtrent het erfrecht, is het erfrecht van de langstlevende echtgenoot als volgt :
De langstlevende echtgenoot erft indien de overledene afstammelingen nalaat, het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap.
Indien de overledene andere erfgenaam nalaat erft de langstlevende echtgenoot de volle eigendom van de helft van het gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik van het eigen vermogen van de overledene.
Indien de overledene geen wettelijke erfgenamen nalaat, en er is geen testament, erft de langstlevende echtgenoot de gehele nalatenschap.
Indien de gehuwde partners de toestemming hebben gekregen van de Rechter om apart te wonen, kan je indien je reeds 6 maanden apart woont én je een testament hebt opgesteld, je echtgenoot onterven.
Men spreekt van een onbeheerde nalatenschap als de nalatenschap tot niemand toekomt. Bijvoorbeeld omdat er geen levende wettelijke erfgenamen meer zijn.
Dit kan ook het geval zijn als de nog in leven zijnde erfgenamen de nalatenschap niet wensen te aanvaarden en allen de nalatenschap verwerpen.
Deze nalatenschap komt dan toe aan de Staat.
Ja.
Een nalatenschap bestaat uit 2 delen. Het actief en het passief.
Het actief omvat alle goederen (zowel de onroerende als de roerende) van de overledene.
Het passief omvat alle schulden.
Indien je de erfenis zuiver hebt aanvaard, ben je verplicht om naast de baten ook de schulden te aanvaarden. Enkel de baten aanvaarden, en de schulden verwerpen is niet mogelijk.
Bij een zuivere aanvaarding van de nalatenschap ontstaat er een boedelvermenging.
Dit houdt in dat jouw boedel wordt vermengd met het patrimonium van de overledene.
Je dient dan ook met al je goederen in te staan voor al de schulden.
Indien je onzeker bent over wat er in de nalatenschap zit, kan je aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Voor meer informatie over aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving , zie vraag in verklarende woordenlijst 'Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving'.
Iedereen die gezond is van geest, en die de leeftijd van 16 jaar reeds heeft bereikt en die niet onbekwaam is verklaard kan zelf een testament opstellen.
Om geldig te zijn, moet een testament zijn opgemaakt volgens één van de drie wettelijk bepaalde vormen van een testament, namelijk : 1) authentiek testament 2) eigenhandig testament 3) internationaal testament.
De wet vereist dat een testament schriftelijk is. Bijgevolg is een mondeling testament niet geldig.
1) Authentiek of openbaar testament (opgemaakt door een notaris)
- gedicteerd door de erflater in het bijzijn van 2 getuigen
De persoon die een testament wenst op te stellen door een notaris, dient dit voor te lezen aan de notaris. De notaris schrijft dit op.
- voorlezing van het testament
Het neergeschreven testament moet worden voorgelezen.
- ondertekening
De persoon die een testament wenst op te stellen dient het neergeschreven testament zelf te ondertekenen.
2) Eigenhandig testament
- met de hand geschreven door de testator (= overledene).
Dit dient om het persoonlijk karakter van het testament te bewijzen en om vervalsing tegen te gaan. Een testament opgesteld met een computer of typemachine is niet geldig.
- gedagtekend
Dit houdt in dat de persoon die het testament opmaakte een datum van opmaak moet vermelden. (dag, maand, jaar) Indien hij meerdere testamenten heeft opgesteld, wordt zo gekeken naar de laatste versie.
- ondertekend
Het testament moet de handtekening bevatten van de testator.
3. Internationaal testament
- schriftelijk opgesteld
Het testament moet schriftelijk zijn opgesteld, maar dient niet noodzakelijk met de hand te zijn geschreven door de erflater. Bijgevolg kan ook een familielid het testament hebben geschreven of mag het zijn getypt.
- aangeboden aan een notaris
- in het bijzijn van 2 getuigen
- notaris maakt een verklaring op van de ontvangst van het testament
- de taal speelt geen rol.
Een testament opmaken kan op 2 manieren.
Iedereen die gezond is van geest, en die de leeftijd van 16 jaar reeds heeft bereikt en die niet onbekwaam is verklaard kan zelf een testament opstellen. Bij deze vorm van testamenten dien je ervoor te zorgen dat het duidelijk is wat je aan wie wilt nalaten. Heel belangrijk is dat het testament met de hand is geschreven (dus niet getypt). Het testament moet worden ondertekend met je eigen handtekening, die overeenstemt met je handtekening op je identiteitskaart en de datum moet vermeld zijn.
Indien je niet zeker bent over de correctheid van de inhoud van je testament, kan je ten alle tijde beroep doen op advocatenkantoor Arvid De Smet. Het kantoor kan je bijstaan en raad of advies geven over het opstellen van een testament.
Voor het opmaken van een testament kan je ook naar een notaris stappen die voor je het nodige zal doen.
Om geldig te zijn, moet een testament zijn opgemaakt volgens één van de drie wettelijk bepaalde vormen van een testament, namelijk : 1) authentiek testament 2) eigenhandig testament 3) internationaal testament.
De wet vereist dat een testament schriftelijk is. Bijgevolg is een mondeling testament niet geldig.
1) Authentiek of openbaar testament (opgemaakt door een notaris)
- gedicteerd door de erflater in het bijzijn van 2 getuigen
De persoon die een testament wenst op te stellen door een notaris, dient dit voor te lezen aan de notaris. De notaris schrijft dit op.
- voorlezing van het testament
Het neergeschreven testament moet worden voorgelezen.
- ondertekening
De persoon die een testament wenst op te stellen dient het neergeschreven testament zelf te ondertekenen.
2) Eigenhandig testament
- met de hand geschreven door de testator (= overledene).
Dit dient om het persoonlijk karakter van het testament te bewijzen en om vervalsing tegen te gaan. Een testament opgesteld met een computer of typemachine is niet geldig.
- gedagtekend
Dit houdt in dat de persoon die het testament opmaakte een datum van opmaak moet vermelden. (dag, maand, jaar) Indien hij meerdere testamenten heeft opgesteld, wordt zo gekeken naar de laatste versie.
- ondertekend
Het testament moet de handtekening bevatten van de testator.
3. Internationaal testament
- schriftelijk opgesteld
Het testament moet schriftelijk zijn opgesteld, maar dient niet noodzakelijk met de hand te zijn geschreven door de erflater. Bijgevolg kan ook een familielid het testament hebben geschreven of mag het zijn getypt.
- aangeboden aan een notaris
- in het bijzijn van 2 getuigen
- notaris maakt een verklaring op van de ontvangst van het testament
- de taal speelt geen rol.
Een testament moet kunnen beschouwd worden als de uiterste wil van de testator.
Indien de testator van mening is dat hij de inhoud van zijn testament wil wijzigen, dan kan dit op elk moment. Hij kan hiertoe een nieuw testament opmaken.
Een testament waarin vermeldt staat dat alle latere testamenten niet van toepassing zullen zijn (omdat de testator bijvoorbeeld schrik heeft dat zijn wil zal worden beïnvloed door derden), is op zich nietig. Het uitsluiten van latere testamenten maakt het oorspronkelijke testament nietig.
Als een (eigenhandig) testament wordt gevonden in bijvoorbeeld de woning van de overledene, dan bezorg je dit testament aan een notaris.
De notaris zal een proces-verbaal van opening van testament opmaken.
Om een geldig testament te kunnen opmaken, of laten opmaken, dient men aan enkele voorwaarden te voldoen, namelijk :
1. Gezond zijn van geest.
2. De leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
3. Niet handelingsonbekwaam verklaard zijn.
Alle authentieke testamenten (dit zijn de testamenten die zijn opgesteld door een notaris) worden geïnventariseerd in een centraal register.
Als je wil weten of de overledene een testament opgemaakt heeft, dan moet je contact opnemen met het Centraal Register voor Uiterste Wilsbeschikkingen.
De vraag of er een testament is, dient schriftelijk te gebeuren, vergezeld van een overlijdensattest. Het antwoord op uw vraag zal enkel uitwijzen of er al dan niet een testament is, en indien dit het geval, voor welke notaris het werd opgemaakt. Voor een concrete inhoud ervan, dient u zich te wenden tot de desbetreffende notaris.
De eigenhandige testamenten worden niet geïnventariseerd in een centraal register. Deze testamenten kunnen overal worden bewaard en niet noodzakelijk met medeweten van anderen.
De kans bestaat dat een overleden persoon een eigenhandig testament heeft opgemaakt, en dit ergens heeft in zijn huis of in een kluis bij de bank.
Het is de bedoeling dat de wil achterhaald wordt van de overledene.
Indien het niet duidelijk is wat de wil was van de overledene, als niet duidelijk uit het testament blijkt wat voor wie bedoeld is, of als er tegenstrijdigheden zijn in een testament, verdient het aanbeveling dat de erfgenamen onderling toch tot een akkoord proberen te komen.
1) eigenhandig testament
Een eigenhandig testament is een testament dat met de hand werd geschreven, gedagtekend (dit is de datum van de dag van opmaak vermelden) en ondertekend door de overledene. Indien dit testament niet werd gedagtekend, of niet ondertekend is, is het niet geldig.
2) notarieel of authentiek of openbaar testament
Een openbaar testament is het testament dat opgemaakt werd door een notaris in bijzijn van 2 getuigen.
In het Burgerlijk Wetboek deelt men de legaten in 3 categorieën in, dit gebaseerd op de omvang waarop het legaat betrekking heeft: De algemene legaten, de legaten onder algemene titel en de legaten ten bijzondere titel.
a) algemeen legaat
Er is sprake van een algemeen legaat als de overledene de bedoeling had om aan één of meerdere personen zijn gehele nalatenschap te schenken. Dit betekent niet noodzakelijk dat de persoon in kwestie alles van de nalatenschap ontvangt. Het is immers ook mogelijk dat via een bijzonder legaat een bepaald goed geschonken wordt aan een andere persoon. De algemene legataris ontvangt dus alle goederen die de overledene niet op een of andere manier aan iemand anders heeft gegeven.
c) Legaat ten bijzondere titel
Bij een legaat ten bijzondere titel schenkt de overledene een bepaald iets weg uit zijn nalatenschap. Dit kan gaan om een roerend of een onroerend goed.
Ja. Indien je het legaat niet wenst te aanvaarden, dan heb je het recht om dit te verwerpen.
Men spreekt van een schenking zodra de persoon die iets schenkt de bedoeling heeft om zich onmiddellijk en onherroepelijk van het geschonken goed te ontdoen, ten voordele van de begiftigde.
* notariële schenking
Dit wordt ook wel de geregistreerde schenking genoemd. Een notariële schenking wordt geregeld door een notaris die de schenking vastlegt in een notariële akte. Bij deze vorm van schenkingen moeten er schenkingsrechten worden betaald.
* handgift
Een handgift is het schenken van hand tot hand. Deze vorm van schenking is enkel mogelijk voor lichamelijke roerende goederen (zoals bijvoorbeeld geld, kasbons, ...) Voor onroerende goederen (zoals een huis) is de handgift uitgesloten.
* vermomde schenking
Indien er contractueel wordt bepaald dat de schenking gebeurt tegen bijvoorbeeld een prijs, en dit in werkelijkheid niet het geval is, spreken we van een vermomde schenking.
Voorbeeld : Partijen maken een contract op waarin staat dat partij A een auto krijgt van partij B tegen de betaling van een som van 6000 euro. In werkelijkheid wordt deze som niet betaald, en zal ze nooit betaald worden.
De fiscus kan deze vorm van schenkingen als gewone schenkingen zien.
* onrechtstreekse schenking
Indien de schenking het gevolg is van een andere akte dan de formele schenking.
Er zijn 3 manieren om een schenking te doen :
* notariële schenking
Dit wordt ook wel de geregistreerde schenking genoemd. Een notariële schenking wordt geregeld door een notaris die de schenking vastlegt in een notariële akte. Bij deze vorm van schenkingen moeten er schenkingsrechten worden betaald.
* handgift
Een handgift is het schenken van hand tot hand. Deze vorm van schenking is enkel mogelijk voor lichamelijke roerende goederen (zoals bijvoorbeeld geld, kasbons, ...) Voor onroerende goederen (zoals een huis) is de handgift uitgesloten.
* vermomde schenking
Indien er contractueel wordt bepaald dat de schenking gebeurt tegen bijvoorbeeld een prijs, en dit in werkelijkheid niet het geval is, spreken we van een vermomde schenking.
Voorbeeld : Partijen maken een contract op waarin staat dat partij A een auto krijgt van partij B tegen de betaling van een som van 6000 euro. In werkelijkheid wordt deze som niet betaald, en zal ze nooit betaald worden.
De fiscus kan deze vorm van schenkingen als gewone schenkingen zien.
Neen.
Indien je dat niet wenst, moet je de schenking niet aanvaarden en kan je ze weigeren.
Dit kan je bijvoorbeeld doen omdat het geschonkene waardeloos is.
Bijgevolg kan er slechts sprake zijn van een schenking, als de begunstigde het geschonkene effectief heeft aanvaard.
Neen. De algemene regel is dat je een schenking niet eenzijdig kan herroepen.
Dit wil niet zeggen dat de partijen niet onderling kunnen overeenkomen om het geschonkene goed terug te geven.
Bovendien bevat de wet ook uitzonderingen op de onherroepelijkheid :
Art. 953. Een schenking onder de levenden kan niet worden herroepen dan wegens niet-vervulling van de voorwaarden waaronder zij gedaan is, wegens ondankbaarheid en wegens geboorte van kinderen.
Art. 954. In geval van herroeping wegens niet-vervulling van de voorwaarden, keren de goederen in handen van de schenker terug, vrij van alle lasten en hypotheken waarmee zij door de begiftigde mochten zijn bezwaard; en de schenker heeft tegen derden, houders van de geschonken onroerende goederen, alle rechten die hij tegen de begiftigde zelf zou hebben.
Art. 955. Een schenking onder de levenden kan alleen in de volgende gevallen wegens ondankbaarheid herroepen worden :
1° Indien de begiftigde een aanslag op het leven van de schenker heeft gepleegd;
2° Indien hij zich tegenover hem heeft schuldig gemaakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen;
3° Indien hij weigert hem levensonderhoud te verschaffen.
Art. 956. Herroeping wegens niet-vervulling van de voorwaarden of wegens ondankbaarheid heeft nooit van rechtswege plaats.
Art. 957. De eis tot herroeping wegens ondankbaarheid moet ingesteld worden binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf waarvan de schenker de begiftigde beschuldigt, of van de dag waarop het misdrijf de schenker bekend kon zijn.
Die herroeping kan niet gevorderd worden door de schenker tegen de erfgenamen van de begiftigde, noch door de erfgenamen van de schenker tegen de begiftigde, tenzij, in dit laatste geval, de eis reeds door de schenker was ingesteld, of deze overleden is binnen het jaar van het misdrijf.
Art. 958. Herroeping wegens ondankbaarheid doet geen afbreuk aan de door de begiftigde gedane vervreemdingen, noch aan de hypotheken en andere zakelijke lasten waarmee het geschonken goed door hem mocht zijn bezwaard, mits een en ander geschied is vooraleer het uittreksel uit de eis tot herroeping is ingeschreven op de kant van de bij artikel 939 bevolen overschrijving.
In geval van herroeping wordt de begiftigde veroordeeld tot teruggave van de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis, en tot teruggave van de vruchten, te rekenen van de dag van deze eis.
Art. 959. Schenkingen ten voordele van het huwelijk kunnen niet wegens ondankbaarheid worden herroepen.
Deze onherroepelijkheid van de schenkingen geldt niet tussen echtgenoten. Schenkingen gedaan tussen echtgenoten zijn steeds herroepelijk als ze niet zijn gebeurd via een huwelijkscontract. De gebruikelijke gelegenheidsgeschenken (zoals bv. een ring voor nieuwjaar, een parfum voor een verjaardag,...) vallen niet onder deze uitzondering zolang ze gelet op de financiële toestand van de schenker, redelijk zijn.
Opgelet voor het onderscheid tussen de fiscale gevolgen (successierechten) en de gevolgen ten aanzien van de andere erfgenamen
Van groot belang hierbij is of er reeds registratierechten zijn betaald voor deze schenking.
Indien het een onderhandse schenking betrof en er geen registratierechten zijn betaald, moet er een onderscheid gemaakt worden naargelang het tijdstip van de schenking.
Is dit meer dan 3 jaar voor het overlijden? Of is dit minder dan 3 jaar voor het overlijden?
Indien de gift meer dan drie jaar voor het overlijden werd gegeven, dan hoeft er met de waarde van deze gift geen rekening meer te worden gehouden.
Het schenken van onroerende goederen valt buiten deze regel, aangezien deze altijd aan registratierechten zijn onderworpen.
De schenkingen aan 1 van de erfgenamen die gedaan zijn voor het overlijden, zelfs al zijn zij gebeurd meer dan drie jaar voordien, moeten ingebracht worden in de nalatenschap.
Uitzondering: wanneer het een schenking is buiten erfdeel met vrijstelling van inbreng. Dit moet uitdrukkelijk blijken. Dergelijke schenkingen dienen te worden ingekort (inkorting: zie verklarende woordenlijst) tot het beschikbaar aandeel (zie verklarende woordenlijst)
Als een schenking aan een toekomstige erfgenaam wordt gedaan met vrijstelling van inbreng, dan wordt deze schenking niet gezien als een voorschot op het erfdeel.
Het algemene principe is immers dat een schenking aan een toekomstige erfgenaam een voorschot is op het deel dat de erfgenaam zou erven eens de schenker sterft. Eens de schenker dan effectief sterft, wordt het stuk dat hij geschonken heeft aan de erfgenaam afgetrokken van het deel dat hij erft.
Bij vrijstelling van inbreng gebeurt die aftrek niet. De schenking wordt aanschouwd als een extraatje.
Het algemene prinicipe is dat schenkingen die worden gedaan aan toekomstige erfgerechtigden, een voorschot zijn op het erfdeel. Bijgevolg moet, eens de schenker komt de sterven, het geschonkene worden ingebracht in de nalatenschap.
Indien de schenking echter is gedaan met een vrijstelling van inbreng, is het niet nodig dat het geschonkene wordt ingebracht in de nalatenschap. Dan wordt de schenking aanschouwd als een extraatje, bovenop het erfdeel.
Een schenking van toekomstige goederen wordt ook wel een contractuele erfstelling genoemd.
Indien er een geschil is met de fiscus omtrent de te betalen successierechten, KAN de persoon die de rechten dient te betalen, zich wenden tot de Minister van Financiën.
Dit kan gebeuren door middel van een gewone brief (verzoekschrift) waarin de redenen van kritiek worden vermeld. (zie art. 141, eerste lid W.Succ.)
Het valt aan te raden U te laten bijstaan door een specialist voor dergelijke betwistingen. U kan daarvoor terecht bij advocaat-bemiddelaar Arvid De Smet.
Klik hier om het contactformulier te openen.
Advocaat-bemiddelaar Arvid De Smet, de eigenaar van deze website (zie contactpagina) kan U op twee manieren bijstaan:
In dat geval treedt hij op als neutrale partij voor alle betrokkenen, en streeft hij naar een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is.
De besprekingen verlopen onder dekking van het beroepsgeheim, zodat alle materies op tafel kunnen worden gelegd zonder vrees voor vervolging.
In dat geval treedt hij enkel op voor U en probeert hij Uw belangen te optimaliseren. Ook deze tussenkomst gebeurt onder dekking van het beroepsgeheim.
Als de erfgenamen niet overeenkomen kan je op drie manieren nuttig te werk gaan:
U wendt zich best tot een professioneel die zich hierin specialiseert.
Advocaat-bemiddelaar Arvid De Smet (de eigenaar van deze website) kan U hierin bijstaan. De contactgegevens vindt u op het contactformulier.
U maakt best een afspraak om dit grondig samen door te nemen.
Als de erfgenamen niet overeenkomen kan je op drie manieren nuttig te werk gaan:
proberen toch een consensus te bereiken onder elkaar zonder hulp van derden
met behulp van een onpartijdige derde tot een oplossing proberen komen
Laat je in dat geval bijstaan door iemand die deze materie kent en voldoende waarborgen biedt van onpartijdigheid.
Sedert 2005 kan je daarvoor beroep doen op een erkende bemiddelaar.
Kies je voor een advocaat-bemiddelaar, dan heb je de bijkomende waarborgen dat alles wat gezegd wordt tijdens der bemiddeling onderworpen is aan het beroepsgeheim.
Advocaat-bemiddelaar Arvid De Smet (de eigenaar van deze website) biedt deze dienstverlening aan
naar de rechtbank stappen
Daarvoor doe je best beroep op een advocaat.
Advocatenkantoor Arvid De Smet biedt deze dienstverlening aan.
Een gerechtelijke procedure is nooit de goedkoopste oplossing.
De kosten die daarmee gepaard gaan zijn:
- gerechtskosten
- kosten van de boedelnotaris
- evt. kosten van een tweede notaris die de afwezige of weigerende partij moet vertegenwoordigen
- kosten en erelonen van de advocaat
- eventuele kosten van een schatter
Een aantal van deze kosten vallen ten laste van de boedel, en zullen dus verdeeld worden onder de erfgenamen.
Een aantal van deze kosten vallen alleen te Uwen laste.
Bij een gerechtelijke procedue maakt U best een analyse van kosten en baten.
Vergeet in de kostenbalans ook niet de stress, het tijdsverloop en de emotionele belasting in te calculeren.
Het valt aan te raden U te laten bijstaan door een specialist voor dergelijke betwistingen. U kan daarvoor terecht bij advocaat-bemiddelaar Arvid De Smet.
Klik hier om het contactformulier te openen.
Enkele verjaringstermijnen
Neen. In principe kan je je eigen kinderen niet volledig onterven. Er is altijd een deel van de nalatenschap waarop ze recht hebben. Dit heet de wettelijke of de erfrechtelijke reserve.
Deze reserve is van openbare orde. Dit wil zeggen dat men er niet kan van afwijken. Meer nalaten aan de kinderen mag, minder niet.
Indien de overleden 1 kind nalaat, is ten minste de helft van de nalatenschap voor het kind.
Indien de overledene 2 kinderen nalaat, krijgen zij samen ten minste 2/3 van de nalatenschap.
Indien de overledene 3 kinderen of meer nalaat, erven zij samen ten minste 3/4 van de nalatenschap.
Er zijn erfgenamen die een minimum deel van de nalatenschap moeten krijgen. Dit zijn de reservataire erfgenamen. Het gaat om de kinderen en de echtgenoot.
Zij hebben elk recht op een bepaald deel van de nalatenschap (het voorbehouden deel, ook wel de wettelijke reserve genaamd).
Dit houdt in dat er een deel is waar je mee kan doen wat je wilt (het beschikbare deel). Indien je bijgevolg je ene kind meer wil nalaten dan het andere kind, dan is dit mogelijk.
Voorbeeld : Je hebt 2 kinderen. Zowel kind A als kind B hebben elk recht op 1/3 van de nalatenschap. Er is dus nog 1/3 van de nalatenschap over, dit kan je schenken aan het kind dat je meer wil geven.
Opgelet : als je een bepaalde erfgenaam meer wil geven dan een ander, dan moet dit uitdrukkelijk zijn vastgelegd in een geldig testament.
In een testament kan je (deels) bepalen wie wat erft. Via een testament kan je dus op voorhand regelen wie wat zal krijgen eens je sterft.
Indien echter geen testament is opgesteld, dan wordt de nalatenschap verdeeld volgens de wettelijke regels. Dit is de wettelijke devolutie.
In een testament kan je (deels) bepalen wie wat erft. Via een testament kan je dus op voorhand regelen wie wat zal krijgen eens je sterft.
Indien echter geen testament is opgesteld, dan wordt de nalatenschap verdeeld volgens de wettelijke regels. Dit is de wettelijke devolutie.
Successieplanning is op voorhand inplannen wat er zal gebeuren bij het overlijden.
Er zijn twee luiken in successieplanning:
1. Wie zal wat erven ?
a) Hoe wordt er geerfd als ik niets doe ?
b) Kan het anders ? Wat kan er en wat kan er niet ?
c) Wat wil ik bereiken ?
c) Hoe kan ik dat bereiken ?
d) Wat is de kosten/batenanalyse ?
2. Hoeveel moeten de erfgenamen betalen aan de fiscus ?
a) Wie betaalt welke successierechten als ik niets doe ?
b) Kan het anders ? Wat kan er en wat kan er niet ?
c) Wat wil ik bereiken ?
c) Hoe kan ik dat bereiken ?
d) Wat is de kosten/batenanalyse ?
Een echtgenoot onterven is mogelijk, mits het respecteren van enkele voorwaarden.
Om een echtgenoot te onterven moet je aan de Rechtbank de toestemming hebben gevraagd om apart te wonen.
Bovendien moet je reeds 6 maanden apart wonen.
Er moet tevens een testament zijn opgesteld, waarin je stelt dat je de echtgenoot wilt onterven.
Sedert mei 2007 is de wettelijk samenwonende partner een beschermde erfgenaam die het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad erft.
In tegenstelling tot het erfrecht van de echtgenoot, kan je de wettelijk samenwonende partner wel volledig onterven. Dit dient te gebeuren in een testament.
Voor meer uitleg over het onterven van een echtgenoot : zie de vraag 'Kan een echtgenoot onterfd worden?'
Een feitelijk samenwonende partner is geen wettelijke erfgenaam. Dit wil zeggen dat de partner die niet geregistreerd samenwoont niets zal erven indien er geen testament is opgesteld. Bijgevolg moet je geen stappen ondernemen om deze te onterven. Indien je de feitelijk samenwonende partner reeds in een testament hebt vermeld, kan je het testament nog laten wijzigen.
Deze site is een initiatief van Advocaat en bemiddelaar Arvid De Smet van het gelijknamige advocatenkantoor uit Assenede.
Het advocatenkantoor staat bekend als pionier op vlak van online juridische dienstverlening.
Eerder stond het al aan de wieg van www.echtscheiding-online,be (2005), www.divorce-online.be (2005), www.alimentatie-online.be (2007) en www.pension-alimentaire.be (2008)
U vindt de coördinaten en alle nuttige info van Mr. De Smet op de contactpagina.
U kan ook surfen naar de websites www.advokatuur.be en www.advocaat-bemiddelaar.be
Via successie-online heeft U volgende garanties :
1) Er is controle en nazicht op de aangifteformulieren door een advocatenkantoor.
2) Gewaarborgd door het beroepsgeheim en de deontologie van een advocaat
3) De gegevens worden gratis bijgehouden voor een latere herberekening.
Voor persoonlijk advies kan je contact opnemen met advocatenkantoor Arvid De Smet.
Je kan je gegevens invullen in het contactformulier.
Het bedrag dat U dient te betalen voor een aangifte via Successie Online is afhankelijk van de omvang van de bruto-nalatenschap.
Vergelijking met de prijs bij een notaris : 2.445,00 euro (=meer dan 5 x duurder)
Aangezien U zelf heel wat zaken kan invullen aan de hand van onze vragenlijst, zijn er veel minder werkuren nodig om alle nodige informatie te verwerken.
Wel controleren wij de gegenereerde documenten grondig en maken U daarbij onze opmerkingen en suggesties per email over.
Indien je wenst te betalen via gewone overschrijving, neem dan contact op met advocatenkantoor Arvid De Smet.
Bij voorkeur via het contactformulier
Jammer genoeg is dit niet mogelijk.
U kan heel vlot van de betalende online dienstverlening gebruik maken wanneer U beschikt over :
- VISA of MASTERCARD
- KBC Online
- Dexia Direct Net
- Bankcontact/Mister Cash
- ING Home'Pay
Beschikt U niet over deze bancaire diensten, dan kan U ook via een gewone eenmalige overschrijving of storting van onze dienstverlening genieten. In dat geval is het nodig om persoonlijk contact op te nemen, aangezien U van ons dan een betalingsreferentie zult moeten ontvangen. Let wel op dat de verwerking van zo'n overschrijving enkele werkdagen in beslag kan nemen.
| omvang nalatenschap | erelonen | erelonen bij |
| Waarde bruto actief | Bij de notaris* | successie-online |
| | | |
| 50.000 € | 455,00 | 299,00 |
| 100.000 € | 830,00 | 399,00 |
| 200.000 € | 1.380,00 | 499,00 |
| 300.000 € | 1.880,00 | 599,00 |
| 400.000 € | 2.580,00 | 699,00 |
| 500.000 € | 2.830,00 | 799,00 |
| 750.000 € | 3.005,00 | 1.099,00 |
| 1.000.000 € | 3.562,50 | 1.299,00 |
| 1.500.000 € | 4.137,50 | 1.799,00 |
| 2.000.000 € | 4.712,50 | 2.299,00 |
| 2.500.000 € | 5.287,50 | 2.699,00 |
| omvang nalatenschap | erelonen | Erelonen |
| Waarde bruto actief | Bij de notaris* | successie-online |
| | | |
| 50.000 € | 682,50 | 299,00 |
| 100.000 € | 1.245,00 | 399,00 |
| 200.000 € | 2.070,00 | 499,00 |
| 300.000 € | 2.820,00 | 599,00 |
| 400.000 € | 3.870,00 | 699,00 |
| 500.000 € | 4.245,00 | 799,00 |
| 750.000 € | 4.507,50 | 1.099,00 |
| 1.000.000 € | 5.343,75 | 1.299,00 |
| 1.500.000 € | 6.206,25 | 1.799,00 |
| 2.000.000 € | 7.068,75 | 2.299,00 |
| 2.500.000 € | 7.931,25 | 2.699,00 |
Als je iets erft, moet je op wat je verkregen hebt via erfenis belastingen betalingen, ook wel successierechten genaamd.
Een attest van erfopvolging is een attest dat kan aagevraagd worden bij het registratiekantoor.
Met dit attest kunnen de erfgenamen de geblokkeerde rekeningen van de overledene laten deblokkeren.
Indien er onbekwame erfgenamen tot de nalatenschap behoren (bijvoorbeeld minderjarige kinderen) en indien de overledene enige vorm van wilsbeschikking heeft gedaan over zijn nalatenschap (met een testament of via het huwelijkscontract) kan GEEN attest van erfopvolging worden gevraagd aan het registratiekantoor.
Je bent niet verplicht een nalatenschap te aanvaarden. Indien je onzeker bent over wat de overledene heeft nagelaten, kan je een afwachtende houding innemen en aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Dit is aan te raden indien je vermoedt dat de overledene schulden heeft nagelaten.
Bij een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt een overzicht, een boedelbeschrijving, opgemaakt van wat in de nalatenschap zit.
Daartoe dient een verklaring van een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving te gebeuren.
Deze verklaring moet worden afgelegd op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is opengevallen, dit is de laatste woonplaats van de overledene.
Meer informatie over de boedelbeschrijving vind je terug in de verklarende woordenlijst, bij 'Boedelbeschrijving'.
In sommige gevallen is er een deel van de belastbare grondslag waarop geen successierechten verschuldigd zijn. Het deel waarop geen successierechten verschuldigd zijn noemt het abattement.
De akte van bekendheid is een document dat moet worden opgesteld om de financiële producten, de rekeningen, de kluizen van de overledene te deblokkeren.
Om te weten welk Vredegerecht bevoegd is klik hier.
De ascendenten zijn de bloedverwanten in opgaande rechte lijn, zoals je ouders, grootouders,...
Een beding van aanwas is een clausule in een koopcontract, waarbij twee partners samen een eigendom aankopen.
Daarin kan overeengekomen worden dat bij het overlijden van de ene partner diens aandeel van rechtswege toekomt aan de langstlevende partner
Bij het beding van aanwas staat de ene partner de volle eigendom van diens deel af aan de andere partner onder opschortende voorwaarde van vooroverlijden, en omgekeerd.
Als tegenprestatie verkrijgt de overdrager de kans om de volle eigendom van het deel van de andere partner te verkrijgen voor zover hij of zij langer leeft.
Een beding van aanwas wordt afgesloten voor een periode van een aantal jaar en wordt nadien telkemale stilzwijgend verlengd tenzij één van de partners de wil kenbaar zou gemaakt hebben om de aanwas te beëindigen.
De langstlevende van beide partners die ingevolge aanwas het volledige goed heeft verworven zal geen vergoeding verschuldigd zijn aan de erfgenamen van de eerststervende.
Meestal wordt ook opgenomen dat bij een relatiebreuk de partner die in de woning blijft een vergoeding zal betalen aan de andere partner.
De fiscale aspecten van de bedingen van aanwas en de tontine zijn dezelfde:
Er moeten geen successierechten worden betaald, maar wel registratierechten op het ogenblik van de verkrijging.
Of dit ook een fiscaal voordeel betekent hangt af van de precieze relatie tussen de partners (gehuwd - feitelijk samenwonend - wettelijk samenwonend) en de aard van het onroerend goed (gezinswoning of andere functie)
(zie ook onder Tontine)
Álle goederen die van de overledene zijn, en die een waarde in geld vertegenwoordigen en bij erfenis worden overgedragen, moeten vermeld worden in de aangifte. Dit vormt het belastbaar actief.
Bemiddeling in erfeniszaken is een manier om geschillen in verband met erfkwesties op te lossen.
Daarbij worden de partijen bijgestaan door een neutrale derde, de bemiddelaar.
Het ganse verloop is op vrijwillige basis.
De gesprekken verlopen op vertrouwelijke basis en onder een geheimhoudingsplicht.
Het zijn de partijen zelf die uiteindelijk beslissen. Er wordt geen regeling opgelegd door iemand anders.
Meestal komt men dan ook sneller en voordeliger tot een resultaat waarbij iedereen tevreden is.
Meer info vind je op www.advocaat-bemiddelaar.be
Het beschikbare deel is het deel van de nalatenschap waarover de overleden vrij kan beschikken. Hij kan dit deel nalaten aan om het even wie.
Indien de overledene 3 of meer kinderen heeft, kan de overledene over ¼ van de nalatenschap vrij beschikken.
Een boedelbeschrijving heeft als doel de omvang van de nalatenschap vast te stellen.
Een boedelbeschrijving kan worden opgesteld in het kader van een verzegeling. Dit is het geval indien de erfgenamen vrezen dat er goederen uit de nalatenschap zullen verdwijnen.
De personen die een boedelbeschrijving vorderen kiezen zelf een notaris.
Indien er geen akkoord is omtrent de keuze van de notaris, kan de Vrederechter een notaris aanwijzen.
Als de ontvanger van de registratierechten vermoedt dat de goederen die in de aangifte vermeld zijn, voor een te lage waarde opgegeven zijn, dan kan de ontvanger van de te betalen successierechten een nieuwe schatting laten doen van deze goederen. (art. 111 W. Succ.)
Bij problemen met een controleschatting en betwistingen omtrent de geschatte waarde, kan je steeds beroep doen op het advocatenkantoor Arvid De Smet.
Je maakt hiervoor best een afspraak.
Arvid De Smet
Advocaat & bemiddelaar
Hollekenstraat 4
9960 ASSENEDE, BELGIË
Tel.: 32 (0)9 344 45 46
E-mail: info@successie-online.be
Descendenten zijn de bloedverwanten in nederdalende rechte lijn, zoals je kinderen, kleinkinderen,...
Een contractuele erfstelling wordt ook wel een schenking van toekomstige goederen genoemd.
Bij een gehuwd echtpaar zijn er altijd 3 vermogens : het eigen vermogen van de ene partner, het eigen vermogen van de andere partner, en het gemeenschappelijk vermogen.
Wat precies de omvang is van het eigen en het gemeenschappelijk vermogen is afhankelijk van het stelsel waaronder men gehuwd is.
Volgens het wettelijke stelsel :
Eigen zijn :
- de goederen verkregen vóór het huwelijk
- de goederen die men om niet heeft gekregen ( schenkingen, erfenissen,...) tijdens het huwelijk
- de goederen die eigen zijn uit hun aard, zoals de strikt persoonlijke goederen.
De erfrechtelijke reserve, ook wel voorbehouden erfdeel genaamd, is het deel van de nalatenschap waarmee de overledene niet mee mag doen wat hij wil. Dit deel is voorbehouden voor bepaalde erfgenamen, namelijk de ascendenten (afstammelingen van de overledene = kinderen, kleinkinderen… ) en de langstlevende echtgenoot.
Indien de overledene 1 heeft, is de helft van de nalatenschap voor het kind.
Het overige deel van de nalatenschap, waarmee de overledene bijgevolg mag doen wat hij wil, is het beschikbare deel.
Bij een erfstelling over de hand, krijgt een erfgenaam bepaalde goederen als schenking of legaat met als voorwaarde deze goederen te bewaren, bij te houden, om ze bij zijn overlijden over te dragen aan een derde persoon.
Een erfrechtverklaring is een document waarin vermeld staat wie de personen zijn die erven van de overledene.
Deze erfrechtverklaring kan kosteloos worden bekomen bij de Dienst Bevolking van de gemeente waar de overledene zijn laatste woonplaats had. Een erfrechtverklaring is van belang om de rekeningen te deblokkeren van de overleden indien het gaat om kleine bedragen. ( minder dan 750 euro)
De fiscale woonplaats is de woonplaats waar de overledene zijn werkelijke, effectieve woonplaats had. Het is de plaats waar de overledene woonde, leefde…
Eens de omvang van de nalatenschap vaststaat, kan er worden overgegaan tot vereffening (het aflossen van de schulden) en nadien tot verdeling van de nalatenschap onder de erfgenamen.
Indien de erfgenamen niet overeenkomen, kan een gerechtelijke vereffening-verdeling gebeuren.
Bij een gehuwd echtpaar zijn er altijd 3 vermogens : het eigen vermogen van de ene partner, het eigen vermogen van de andere partner, en het gemeenschappelijk vermogen.
In het stelsel van scheiding van goederen is er geen gemeenschappelijk vermogen.
In het stelsel van algehele gemeenschap behoort alles (bezittingen en schulden) tot het gemeenschappelijk vermogen.
Een graad is een term om de afstand tussen bloedverwanten aan te duiden.
Voor bloedverwanten in opgaande en nederdalende lijn (ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen...) dien je het aantal generaties te tellen tussen de personen.
Zo zijn je ouders en je kinderen bloedverwanten in 1e graad.
Grootouders en kleinkinderen zijn bloedverwanten in 2e graad.
Om de graden in de zijlijn te berekenen (broers, zussen, tantes, ooms, neven, nichten,...), dien je de generaties te tellen van aan de zijverwant tot aan de gemeenschappelijke voorouder. Vervolgens tel je de generaties van de gemeenschappelijke voorouder, tot aan de erflater. Deze tel je op.
Je broers, zussen zijn bijgevolg bloedverwanten in 2e graad. Namelijk van broer tot aan ouders is 1 graad. Van je ouders tot aan jezelf ook 1 graad. 1 + 1 = 2
Je ooms en tantes zijn bloedverwanten in de 3e graad. Namelijk, van je tante tot aan de gemeenschappelijke voorouders (je grootouders) is 1 graad. Van je grootouders tot aan jezelf is 2 graden. 1 + 2 = 3.
Opgelet ! Indien de overledene geen testament heeft opgesteld, zijn bloedverwanten maar erfgerechtigd tot en met de 4e graad.
Kloving is een principe dat wordt toegepast bij de verdeling van de nalatenschap. Als er kloving wordt toegepast, deelt men de nabestaanden in 2 categorieën in, namelijk de vaderlijke lijn en de moederlijke lijn.
Er bestaan 2 types kloving : kleine kloving (ook wel beperkte kloving) en grote kloving.
De grote kloving moet worden toegapst als er geen afstammelingen en geen broers of zussen zijn van de overledene.
De kleine kloving moet worden toegepast als er halfbroers of halfzussen zijn.
Inbreng is het 'terugzetten' van iets wat door de overledene is geschonken tijdens zijn leven aan een wettige erfgenaam.
Het is de bedoeling dat er tussen de wettelijke erfgenamen een evenwicht heerst. Bijgevolg moeten deze erfgenamen, als zij tijdens het leven van de overleden persoon iets gekregen hebben, dit terugbrengen in de nalatenschap.
Voorbeeld :
Vader overlijdt en laat 2 zonen na. De nalatenschap omvat 50.000 euro.
Tijdens zijn leven, heeft vader reeds aan de ene zoon 25.000 euro gegeven.
Om de gelijkheid tussen de zonen te bewaren, moet de zoon die reeds 25.000 euro heeft gekregen, deze som terugbrengen naar de nalatenschap. Zo omvat de nalatenschap uiteindelijk 50.000 + 25.000 = 75.000 euro.
De 2 zonen erven elk 37.500 euro.
Niet iedereen die tijdens het leven iets gekregen heeft, moet de schenking terugbrengen. Het betreffen enkel de wettige erfgenamen die de nalatenschap hebben aanvaard.
De inbreng kan worden gevraagd door elke mede-erfgenaam . De legatarissen die zijn aangesteld via een testament en de schuldeisers van de overledene kunnen dit niet vragen.
Bepaalde categorieën van erfgenamen verkrijgen na het openvallen van een nalatenschap niet automatisch het bezit over de goederen die ze erven.
Om in het bezit te worden gesteld dient men zich te wenden tot de Rechtbank.
* reservataire erfgenamen worden automatisch in het bezit gesteld
* wettige erfgenamen, die geen reservatair deel hebben, worden NIET automatisch in het bezit gesteld.
* Indien de overledene geen erfgenamen heeft nagelaten dient de algemene legataris geen afgifte te vragen van de nalatenschap. Hij treedt van rechtswege in het bezit.
Een uitzondering hierop is indien het een eigenhandig geschreven testament betreft.
In dit geval dient de algemene legataris een verzoekschrift in te dienen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van de plaats waar de erfenis is opengevallen.
Indien je advies wenst of hulp bij het opstellen van een verzoekschrift, kan je steeds contact opnemen met het Advocatenkantoor Arvid De Smet.
Als er een testament is, dan kan het zijn dat de overledene een bepaald iets (een som geld, een goed,…) aan iemand wenst te geven. Dit gebeurt via een legaat.
Men spreekt van inkorting wanneer er een schenking gebeurd is van meer dan het beschikbaar gedeelte.
In dat geval moet een gedeelte van de schenking worden ingekort (teruggegeven) totdat men komt tot het maximale beschikbaar aandeel.
Er is vaak verwarring tussen de termen inkorting en inbreng.
Onthou daarbij het volgende: inkorting is het verkleinen van een schenking of legaat, terwijl inbreng betrekking heeft op het volledig 'terugzetten' van een schenking
Eens de omvang van de nalatenschap vaststaat, kan er worden overgegaan tot vereffening (het aflossen van de schulden) en nadien tot verdeling van de nalatenschap onder de erfgenamen.
Aangezien de regels in de wet in verband met de vereffening-verdeling niet van openbare orde of van dwingend recht zijn, kunnen de partijen, de erfgenamen, zelf bepalen hoe ze de nalatenschap zullen verdelen en vereffenen.
Dit is de minnelijke vereffening-verdeling.
Met de term moederlijke lijn wordt de kant van de familie langs moederszijde aangeduid. Dit zijn de ouders van de moeder, de grootouders van de moeder, haar broers of zussen,...
Naakte eigendom (ook wel blote eigendom genoemd), is de eigendom van een zaak waarvan een ander het vruchtgebruik heeft.
3 dagen nadat een verzegeling is gebeurd, kunnen volgende personen verzoeken om over te gaan tot ontzegeling :
- degenen die aanspraak maken op een recht in de nalatenschap of de onverdeeldheid
- degenen die de zegels hebben doen leggen
- de schuldeisers die een uitvoerbare titel bezitten of een titel die door de vrederechter wordt erkend.
Het verzoek tot ontzegeling wordt door middel van een verzoekschrift gericht aan de Vrederechter.
Van een ontzegeling wordt een proces-verbaal opgesteld. Dit proces-verbaal vermeldt het volgende:
1° melding van de dag en het uur;
2° De naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoekers en hun keuze van woonplaats in het arrondissement;
3° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de tegenwoordige, vertegenwoordigde of behoorlijk aangemaande partijen;
4° de uiteenzetting van het onderzoek en van de beschikking waarbij de ontzegeling wordt toegestaan;
5° de vaststelling dat de vormen in acht zijn genomen;
6° de beweringen en opmerkingen van de verzoekende en de verschijnende personen;
7° de vermelding van de notaris die de boedelbeschrijving zal opmaken, indien er een plaatsvindt;
8° de erkenning dat de zegels gaaf en ongeschonden zijn; indien dat niet het geval is, de staat van de beschadiging, met dien verstande dat voorziening openstaat zoals het behoort wegens de gezegde beschadiging;
9° de vorderingen tot opsporing, de uitkomsten van die opsporingen en alle andere vorderingen waarover moet worden beslist.
Tegen deze ontzegeling kan iedere belanghebbende zich verzetten.
Dit verzet kan worden gedaan op het proces verbaal dat wordt opgemaakt bij de verzegeling zelf of door middel van een exploot dat aan de griffier van de Vrederechter moet worden betekend.
De reden van het verzet tegen de ontzegeling moet duidelijk worden omschreven.
Indien je raad of advies nodig hebt bij het opstellen van een verzoekschrift of een akte van verzet, kan je steeds beroep doen op Advocatenkantoor Arvid De Smet.
In het Belgisch erfrecht worden de categorieën van erfgenamen ingedeeld in ordes, naargelang de verwantschap ten opzichte van de overledene.
Het principe is dat een hogere orde een lagere orde uitsluit.
Er zijn 4 ordes.
1e orde : kinderen en kleinkinderen
2e orde : broers en zussen (of hun afstammelingen) en ouders (Ouders behoren enkel maar tot de 2e orde als er broers en zussen zijn)
3e orde : de bloedverwanten in opgaande lijn. Tot de 3e orde behoren ook de ouders indien er geen broers of zussen (of hun afstammelingen) zijn
4e orde : de zijverwanten (met uitzondering van de broers en zussen) : ooms, tantes, neven, nichten,...
Plaatsvervulling is er als een erfgenaam overleden is, maar nog erfgerechtigde afstammelingen nalaat. Deze afstammelingen erven dan het deel van hun vooroverleden ouder, grootouder,...
Er zijn erfgenamen die beschermd zijn door de wet. Door deze bescherming kunnen zij niet zomaar worden onterfd.
Het gaat om de kinderen en de langst levende echtgenoot.
De wettelijk samenwonende partner is geen reservataire erfgenaam.
Een tontine is een clausule in een koopcontract, waarbij twee partners samen een eigendom aankopen.
Daarin kan :
a) overeengekomen worden dat degene die eerst sterft nooit eigenaar zal zijn geweest en dat degene die overleeft altijd de enige eigenaar is geweest
b) overeengekomen worden dat het vruchtgebruik voorbehouden blijft aan de laatststervende bij het vooroverlijden van de ene partner
Wat heeft dit voor voornaamste gevolg/voordelen ?
- inzake de betaling van successierechten betekent dit soms een besparing voor de laatststervende : er moeten geen successierechten betaald worden...
Opgelet: er moeten wel registratierechten op worden betaald! In sommige gevallen kan dit fiscaal nadeliger uitvallen.
- bij overlijden van niet-wettelijk samenwonende partners, of bij gehuwden onder scheiding van goederen moet de laatst stervende de eigendom niet delen met andere erfgenamen
Zijn er ook nadelen ?
- Bij een tontine-beding rijzen er mogelijke problemen wanneer de relatie wordt beeindigd om een andere reden dan door overlijden.
- Als de partners wettelijk samenwoonden bij het overlijden, en er een testament is waarbij de gezinswoning wordt toebedeeld aan de overlevende partner, is de gezinswoning vrijgesteld van successierechten. Dit is fiscaal voordeliger.
Met de term vaderlijke lijn wordt de kant van de familie langs vaderszijde aangeduid. Dit zijn de ouders van de vader, de grootouders van de vader, zijn broers of zussen,...
Om na te gaan of de waarde van de goederen vermeld in de aangifte correct zijn geschat, gaat ook de ontvanger van de successierechten de waarde van de goederen controleren.
Voor onroerende goederen wordt gekeken naar de prijzen van de in de nabijheid gelegen gelijkaardige onroerende goederen.
Dit zijn de zogenaamde vergelijkingspunten.
Er wordt voornamelijk gekeken naar de prijzen van openbare verkopen.
Bij problemen en betwistingen omtrent de geschatte waarde kan je steeds beroep doen op het advocatenkantoor Arvid De Smet.
Je maakt hiervoor best een afspraak.
Arvid De Smet
Advocaat & bemiddelaar
Hollekenstraat 4
9960 ASSENEDE, België
Tel. : 32 (0)9 344 45 46
E-mail : info@successie-online.be
Indien je vreest dat de inboedel van de nalatenschap, hetgeen moet verdeeld worden, zal verdwijnen, kan om een verzegeling worden gevraagd aan de Vrederechter. Dit kan door middel van een verzoekschrift of door middel van een mondelijke verklaring afgelegd bij de griffie.
Het verzoek moet worden gericht tot de Vrederechter van het kanton waar de te verzegelen goederen liggen.
24 uur nadat je het verzoek hebt gericht aan de Vrederechter, gaat de Vrederechter samen met de griffier ter plaatse om de woning, de inboedel te verzegelen. Indien de verzegeling dringend dient te gebeuren, kan deze verzegeling zelfs geschieden op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag. Vermeld daarom uitdrukkelijk en duidelijk in je verzoek of de verzegeling dringend dient te gebeuren.
Iedere betrokken partij mag bij deze verzegeling aanwezig zijn.
Deze verzegeling bestaat uit het letterlijk verzegelen van deuren, ramen,... zodat niemand meer in de woning (of de kluis) kan. Op het doorbreken van deze zegels staan strenge straffen.
Van een verzegeling wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat de volgende vermeldingen bevat :
1° de vermelding van de dag en het uur;
2° de beweegredenen van de verzegeling en in voorkomend geval de verklaring dat de rechter handelt, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de procureur des Konings, van de burgemeester of van een schepen;
3° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker en zijn keuze van woonplaats in de gemeente waar de verzegeling gedaan is, indien hij daar niet verblijft;
4° de beschikking waarbij de verzegeling wordt toegestaan;
5° de verschijning en de beweringen van de partijen;
6° de opgave van de plaatsen, kantoren, koffers, kasten en voorwerpen waarop het zegel gelegd is;
7° een korte beschrijving van de buiten verzegeling gebleven voorwerpen;
8° de eed van degenen die de plaats bewonen, dat zij niets verduisterd hebben, middellijk of onmiddellijk, en dat zij van zodanige verduistering geen kennis dragen;
9° de vermelding dat de sleutels van de verzegelde sloten aan de griffier van het vredegerecht zijn overhandigd met opdracht ze te bewaren totdat de zegels worden gelicht.
Indien je hulp nodig hebt bij het opstellen van een verzoekschrift kan je steeds beroep doen op Advocatenkantoor Arvid De Smet.
3 dagen na het verzegelen kan de ontzegeling gevraagd worden.
(voor meer informatie over ontzegeling, zie de vraag bij de verklarende woordenlijst 'Ontzegeling'.)
Volle eigendom heb je als je zowel het vruchtgebruik als de blote eigendom van iets hebt.
Het voorbehouden erfdeel, ook wel de erfrechtelijk reserve genaamd, is het deel van de nalatenschap waarmee de overledene niet mee mag doen wat hij wil. Dit deel is voorbehouden voor bepaalde erfgenamen, namelijk de ascendenten (afstammelingen van de overledene = kinderen, kleinkinderen… ) en de langstlevende echtgenoot.
Het overige deel van de nalatenschap, waarmee de overledene bijgevolg mag doen wat hij wil, is het beschikbare deel.
De algemene regel is dat de erfgenamen zelf de waarde gaan schatten van de goederen die tot de nalatenschap behoren.
Dan wordt er samen met de ontvanger overeengekomen wie er wordt aangesteld (ofwel 1 ofwel 3 deskundigen).
Komt men niet overeen over de identiteit van de deskundige schatter(s), dan kan men zich tot de vrederechter wenden.
Als je het vruchtgebruik hebt over iets, dan heb je het recht om een zaak die een ander toebehoort te gebruiken en van de vruchten (bijvoorbeeld huuropbrengst) te genieten.
Je bent geen eigenaar van de zaak en bent bijgevolg verplicht de zaak in stand te houden.
De persoon die een vruchtgebruik heeft is de vruchtgebruiker. De persoon die eigenaar is van de zaak is de blote eigenaar en heeft over de zaak de blote eigendom.
Ik mag het huis bewonen, en er in leven alsof het mijn huis zou zijn. Maar ik mag het niet verkopen. Ik mag ook geen vernielingen aanbrengen.
In principe houdt de wet bij erfopvolging geen rekening met de oorsprong van de goederen die in de nalatenschap zitten.
Onder bepaalde voorwaarden echter, wordt hier wel rekening mee gehouden. Dit is het recht wettelijke terugkeer (ook wel erfrechtelijke terugkeer of anomale nalatenschap genoemd).
De voorwaarden die moeten voldaan zijn, zijn de volgende:
- de overledene laat geen afstammelingen na (dit is geen kinderen, geen kleinkinderen, geen achterkleinkinderen,...)
- de persoon die het goed geschonken heeft mag zelf nog niet zijn overleden, het is immers een persoonlijk recht.
- het recht van wettelijke terugkeer kan enkel worden uitgeoefend indien het gaat om een schenking van een goed aan een afstammeling van de schenker.
- de goederen moeten nog in natura in de nalatenschap aanwezig zijn.
Voorbeeld.
Een gezin telt 2 kinderen. Een zoon en een dochter. Moeder schenkt aan de dochter een villa in Brasschaat. De dochter sterft kinderloos. De villa die de dochter had gekregen van haar moeder, gaat volledig terug naar de moeder.
Indien de schenking destijds werd gedaan tegen een bepaalde last (bijvoorbeeld de overledene heeft voor het goed een bepaalde som betaald), dan vindt de wettelijke terugkeer van het geschonken goed pas plaats, als de anomale erfopvolger (de persoon die het goed oorspronkelijk aan de overledene heeft geschonken) de som betaalt aan de nalatenschap.
Opgelet ! De goederen die je verkrijgt door wettelijke terugkeer zijn ook aan successierechten onderworpen!
Devolutie is de verdeling van de goederen uit een nalatenschap aan de personen die er recht op hebben.
Bij de wettelijke devolutie wordt de nalatenschap verdeeld volgens de regels die in de wet staan (meer bepaald het Burgerlijk Wetboek). Dit is het geval als de overledene geen testament heeft opgesteld.
Als er een testament is, spreekt men van testamentaire devolutie.
Een vruchtgebruiker heeft het genot van de goederen, maar kan er niet over beschikken.
Voor onroerende goederen mag hij dus verhuren (max 9j) en de huur of pacht incasseren, maar het niet verkopen zonder toestemming van de naakte eigenaar(s)
Voor financiële tegoeden mag hij de opbrengsten en interesten incasseren, en herbeleggen, maar niet verkopen.
Bij planten en dieren zijn de voortbrengselen voor de vruchtgebruiker, maar de planten of dieren zelf blijven eigendom van de naakte eigenaar(s)
Een vruchtgebruiker heeft volgende rechten:
1. hij of zij mag de zaken waarop het vruchtgebruik slaat gebruiken;
2. hij of zij mag er de vruchten en inkomsten van innen;
3. hij of zij mag deze zaken beheren;
4. hij of zij mag zijn vruchtgebruik overdragen.
Daartegenover staan als voornaamste plichten:
1. hij of zij moet de lasten betalen
2. hij of zij draagt de herstellingskosten, met uitzondering van de grove herstellingen;
3. Hij of zij draagt de interesten op de schulden die er evt. nog op zouden bestaan
4. bij het einde van het vruchtgebruik moet hij / zij - of diens erfgenamen - de zaken teruggeven aan de blote eigenaar in de staat waarin hij ze heeft ontvangen.
Als naakte eigenaar ben je eigenaar maar heb je niet het recht om van de goederen te genieten.
Als naakte eigenaar heb je
- het recht om het goed te verkopen. De nieuwe eigenaar dient wel het vruchtgebruik te respecteren.
- een controlerecht. Je hebt het recht om te controleren of de vruchtgebruiker zijn recht op de juiste manier uitoefent. (bv. Houdt de vruchtgebruiker het goed in stand? )
- onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te vragen. (zie de vraag 'Wie kan de omzetting van het vruchtgebruik vragen?')
Als naakte eigenaar van een onroerend goed (bijvoorbeeld een gebouw) sta je in voor bepaalde kosten, zoals de grove herstellingswerken (bv. vernieuwen van een dak).
Men dient een onderscheid te maken tussen de fiscale waarde (enkel van belang tov de fiscus) en de werkelijke waarde.
1. De fiscale waardering
Op fiscaal vlak wordt de waarde van het vruchtgebruik bepaald op een percentage van de waarde in volle eigendom zoals beschreven in een tabel uit art. 21 van het het Wetboek der Successierechten:
| Leeftijd | waarde in |
| Vruchtgebruiker | % van de volle eigendom |
| minder dan 20 jaar | 72 |
| tussen 20 en 30 jaar | 68 |
| tussen 30 en 40 jaar | 64 |
| tussen 40 en 50 jaar | 56 |
| tussen 50 en 55 jaar | 52 |
| tussen 55 en 60 jaar | 44 |
| tussen 60 en 65 jaar | 38 |
| tussen 65 en 70 jaar | 32 |
| tussen 70 en 75 jaar | 24 |
| tussen 75 en 80 jaar | 16 |
| meer dan 80 jaar | 8 |
Voorbeeld:
Moeder erft het vruchtgebruik van een huis, de dochter heeft de naakte eigendom. Het huis is 250.000 euro waard op het ogenblik van overlijden van vader. Moeder is dan 59 jaar en 300 dagen oud.
Voor de vestiging van de successierechten zal moeder successierechten dienen te betalen op een bedrag van 44 procent van 250.000 = 110.000 euro.
De dochter zal successierechten moeten betalen op een bedrag van 56 procent van 250.000 = 140.000 euro.
2. De werkelijke waarde
Bij het begroten van de waarde van een levenslang vruchtgebruik zijn er een aantal factoren van belang:
a) de levensduur van de vruchtgebruiker
Aangezien men nooit zeker is wanneer iemand gaat sterven, gaat men uit van statistieken met de te verwachten gemiddelde levensduur.
b) de gemiddelde opbrengst
Ook de gemiddelde opbrengst van een kapitaal over langere periode is onzeker. Interestvoeten durven nogal eens schommelen, huurprijzen evolueren, aandelen in waarde stijgen of dalen, enz...
c) de evolutie van de prijzen
Rekening wordt best gehouden met de verandering in de prijzen (inflatie-deflatie, schommelingen in het indexcijfer, enz...)
d) kapitalisatie
Een opbrengst wordt veelal op jaarbasis bekeken. Wanneer men over een langere periode dient te werken, is het nuttig om ook de kapitalisatie toe te kunnen passen. Dit houdt in dat je de interest die je na elk jaar krijgt, opnieuw investeert.
bvb. De interestvoet is 5%. Je hebt een bedrag van 1000 euro om te investeren. Na 10 jaar kan je - als je de interest niet herinvesteert - 1500 euro overhouden (1000 + (10 x 50))
Als je de verworven interesten kapitaliseert (dus opnieuw meebelegt), bekom je echter 1.629 euro
Om deze zaken nu allemaal te berekenen, gebruikt men vaak tabellen.Veel gebruikte tabellen zijn de tabellen van SCHRIJVERS
Naakte eigendom en blooteigendom zijn twee woorden voor hetzelfde begrip.
Een naakte eigenaar of blooteigenaar is een eigenaar van een goed (huis, grond, bankrekening, aandelen, effecten, planten, dieren, enz...) waarvan het vruchtgebruik bij iemand anders zit.
Volle eigendom = naakte eigendom + vruchtgebruik
(VE = NE + VG)
Om te weten wat een naakte eigenaar wel en niet kan, is het nuttig om te kijken wat een vruchtgebruiker wel/niet kan.
Zie daarvoor de vragen :
- Wat betekent vruchtgebruik
- Wat kan een vruchtgebruiker wel/niet doen ?
Naakte eigendom en blooteigendom zijn twee woorden voor hetzelfde begrip. Een naakte eigenaar of blooteigenaar is een eigenaar van een goed (huis, grond, bankrekening, aandelen, effecten, planten, dieren, enz...) waarvan het vruchtgebruik bij iemand anders zit. Volle eigendom = naakte eigendom + vruchtgebruik Om te weten wat een naakte eigenaar wel en niet kan, is het nuttig om te kijken wat een vruchtgebruiker wel/niet kan. Zie daarvoor de vragen :
(VE = NE + VG)
- Wat betekent vruchtgebruik
- Wat kan een vruchtgebruiker wel/niet doen ?
Vruchtgebruik is het recht om een goed -een eigendom van iemand anders- te gebruiken of er de vruchten (huuropbrengst, intrest) van op te strijken. De genieter van het vruchtgebruik wordt ‘vruchtgebruiker’ genoemd, de eigenaar zelf wordt ‘blote eigenaar’ genoemd.
De rechtbank kan de omzetting van het vruchtgebruik en de toewijzing van de volle eigendom weigeren, wanneer zulks de belangen van een onderneming of van een beroepsarbeid ernstig zou schaden.
Indien de rechtbank het billijk acht wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, kan zij een vordering tot omzetting toewijzen, die is ingesteld door een andere blote eigenaar of, na de termijn van vijf jaar, door de langstlevende echtgenoot, of de wettelijke samenwonende.




